Statenverkiezingen leiden tot populistisch gedrag rondom Klimaatakkoord en energienota

Op: 25 februari 2019
Door: sander

0 reacties

Deel via

Statenverkiezingen leiden tot populistisch gedrag rondom Klimaatakkoord en energienota

Al enige maanden grijpen onze politieke partijen alles aan om de zieltjes van Henk en Ingrid te winnen.

In november kwam Klaas Dijkhoff, fractievoorzitter van de VVD in de Tweede Kamer, met de uitspraak dat Nederland haar klimaatdoelstellingen niet haalt zonder kernenergie. Dijkhoff deed deze uitspraak na een grappige uitzending van Arjen Lubach en een opvolgende poll van Maurice de Hond over kernenergie. Dijkhoff voegde er nog aan toe dat we wat hem betreft “snel beginnen met bouwen”.

Vragen en antwoorden

In december kwam de PVV in het vragenuurtje met een mondelinge vraag van Alexander Kops (PVV) aan staatssecretaris Mona Keijzer (Economische Zaken en Klimaat) hoe de staatssecretaris de stijging van de energiekosten gaat compenseren. Dit naar aanleiding van een bericht in De Telegraaf. De website van de Tweede Kamer meldt hier het volgende over:

“300 euro. Dat is wat volgens De Telegraaf een huishouden in 2019 meer aan energiekosten moet betalen.” Schandalig, vindt Kops. Dit ziet hij als het klimaatbeleid in de praktijk. “De gewone man en vrouw moeten bloeden.” Hoe gaat de regering deze stijging compenseren voor de mensen die dit niet kunnen betalen?

“De bedragen in het artikel kloppen niet voor een gemiddeld huishouden”, antwoordde Keijzer. Zowel de genoemde verbruikscijfers als de gehanteerde elektriciteitsprijs zijn volgens hem te hoog geraamd. Maar het kabinet vindt betaalbaarheid wel heel belangrijk voor het draagvlak voor de klimaatmaatregelen, benadrukte de staatssecretaris. Het advies van Keijzer was breder te kijken: “Ook met bijvoorbeeld inkomensbeleid en huurbeleid wordt iets gedaan voor de lagere inkomens.”

In januari komt Dijkhoff nog een keer met boute uitspraken. Hij zegt in De Telegraaf dat het klimaatakkoord niet zijn akkoord is en zinspeelt zelfs op een mogelijke val van het kabinet. Sybrand Buma van het CDA kan zich niet onbetuigd laten en gaat hier een paar dagen later nog eens dunnetjes overheen. Buma laat in een reactie op de uitlatingen van Dijkhoff het volgende weten: “Het is belangrijk dat de VVD nu ook ziet dat het klimaatakkoord niet heilig is en dat het kabinet zelf keuzes moet maken, om te zorgen dat de rekening voor gewone burgers betaalbaar blijft.”

Op de achtergrond roept Thierry Baudet van Forum voor Democratie al sinds oktober vorig jaar dat het Klimaatakkoord ons 1.000 miljard euro gaat kosten. De kracht van de boodschap zit in de herhaling, want deze maand wordt deze boodschap opeens opgepikt door meerdere landelijke dagbladen. Het verhaal van Baudet is door de meeste grote kranten, op De Telegraaf na, volledig gefileerd en de conclusie is dat er helemaal niets van klopt.

Aan de andere kant van de tafel, of de Kamer, zitten Jetten en Klaver van respectievelijk D66 en GroenLinks. Zij roepen te pas en te onpas dat ‘de industrie’ moet betalen en dat er een CO2-taks moet komen om ‘de vervuiler te laten betalen’.

Inmiddels zitten we bijna in maart en dit keer is de energienota het middel om het vuurtje weer eens lekker op te stoken voor de Statenverkiezingen. Roepen dat de koopkracht omlaag gaat als gevolg van de energietransitie of het Klimaatakkoord scoort namelijk ontzettend goed bij Henk en Ingrid.

Hoe zit dat nu met die hogere energienota?

Op 4 december 2018 plaatste Gaslicht.com een blog waarin zij berekent dat een gezin van drie personen dit kalenderjaar 160 euro meer kwijt is voor zijn energie. Volgens Gaslicht.com komt dit door hogere belastingen, hogere netbeheerderskosten en waarschijnlijk hogere prijzen voor elektriciteit en gas. Overstappen via Gaslicht.com levert volgens Gaslicht.com echter een besparing op van 310 euro per jaar, in plaats van een verhoging van 160 euro per jaar. Ik hoef u uiteraard niet te vertellen waar Gaslicht.com haar geld mee verdient, maar ik doe het toch: met overstappen van energiebedrijf via hun website. Algemeen Dagblad pikte dit nieuws op, deed er een schepje bovenop en kopte de volgende dag: Energierekening wordt volgend jaar 360 euro hoger.

Maar wat zijn nu de werkelijke kosten en hoe kan het dat staatssecretaris Keijzer in het vragenuurtje zo overtuigd zei dat de kosten niet met 360 euro zouden stijgen?

In de rekenvoorbeelden wordt per huishouden een gemiddeld elektriciteitsverbruik van 3.000 kWh per jaar aangehouden, naast een gemiddeld gasverbruik van 1.500 m3 per jaar.

Wanneer bij deze verbruiken enkel wordt gekeken naar de kosten voor energiebelasting, Opslag Duurzame Energie en de Belasting Toegevoegde Waarde (BTW) die wordt geheven over deze twee belastingen (ja echt waar, in Nederland heffen we belasting over de belasting die we moeten betalen), dan zien we het volgende:

  • In 2019 betaalt een huishouden € 31,83 meer aan energiebelasting dan in 2018 (gas is € 49,68 gestegen, elektriciteit is € 17,85 gedaald);
  • In 2019 betaalt een huishouden € 52,95 meer aan Opslag Duurzame Energie dan in 2018 (zowel gas als elektriciteit is gestegen);
  • De belastingvermindering per elektriciteitsaansluiting is in 2019 € 51,00 gedaald ten opzichte van 2018 (hierdoor wordt de energienota dus hoger); en
  • Per saldo moet over bovenstaande posten ook nog eens 21% BTW worden betaald. Dit komt neer op € 28,51.

De stijging op de energienota in 2019 ten opzichte van 2018 als gevolg van wijzigingen in de belastingen is dus € 164,29 bij een gelijkblijvend verbruik. De Staatssecretaris had dit kunnen weten.

Wat de Staatssecretaris niet kan weten en wat haar ook niet verweten kan worden, is wat de prijzen van elektriciteit en gas gaan doen. Gaslicht.com baseert haar berekeningen op de variabele prijzen die de grote energiebedrijven in rekening brengen. Deze variabele prijzen zijn gebaseerd op het ‘modelcontract’. Dit is een verplicht nummer dat de Autoriteit Consument en Markt (ACM) de energiebedrijven heeft opgelegd en dit is bij de meeste energiebedrijven tevens het minst aantrekkelijke energiecontract, omdat dit vaak het duurste contract is. De energiebedrijven adverteren hier ook niet mee; ze stunten liever met specifieke aanbiedingen om klanten over te laten stappen. Alleen huishoudens die nog nooit zijn overgestapt én nog nooit een aanbieding voor een driejarig contract of een contract voor groene stroom of gecompenseerd gas heeft geaccepteerd, zitten al jaren op dit modelcontract. Dit soort klanten betaalt dus sowieso het meest in vergelijking met huishoudens die al wel eens zijn overgestapt; en al helemaal in vergelijking met huishoudens die jaarlijks overstappen, want dat is nog steeds het voordeligst.

Wat de staatssecretaris eind 2018 wel had kunnen weten, is hoe de energieprijzen zich in 2018 hebben ontwikkeld. De elektriciteitsprijs is bijvoorbeeld bijna verdubbeld ten opzichte van eind 2017. Je zou van een staatssecretaris mogen verwachten dat ze dit soort kennis paraat heeft tijdens zo’n vragenuurtje. Maar toch zegt dit niet alles. Dit elektriciteitsprijs voor 2020 heeft dit jaar op bijna € 64 per MWh gestaan, maar is deze week gedaald naar net boven de € 50 per MWh: een daling van meer dan 21%.

Wat een huishouden in een bepaald jaar betaalt, is afhankelijk van het energiecontract. Als een huishouden in de zomer van 2017 een driejarig contract heeft afgesloten, betaalt dat huishouden in 2019 meer dan in 2018 ten gevolge van de hogere belastingen. Dit huishouden is echter tegelijkertijd veel goedkoper uit dan de buren die nog nooit zijn overgestapt en een modelcontract hebben.

Kortom: de Staatssecretaris heeft geblunderd in december. Dat PBL nu de schuld krijgt van het kabinet, is niet chique. Het PBL kan hier helemaal niets aan doen en het feit dat de Staatssecretaris zich verschuilt achter zogenaamd verkeerde aannames van PBL en vanuit de Nationale Energieverkenning 2017 is ronduit laf te noemen; ze had gewoon beter moeten weten.

Is het erg?

De vraag is nu of het erg is dat de energienota dit jaar een stuk hoger uitvalt dan in 2018. Ik denk het niet. Het kabinet wil haar klimaatdoelstellingen halen. Daarom wordt ingezet op de elektrificering van het energieverbruik door huishoudens te stimuleren van gas af te gaan. Om die reden wordt de energiebelasting op gas verhoogd en die op elektriciteit verlaagd. Dankzij de hogere energienota leveren investeringen in energiebesparende maatregelen veel meer rendement op dan wanneer je je geld op je spaarrekening laat staan.

Het is daarom ook te hopen dat de marktprijzen voor energie de komende jaren flink stijgen, hopelijk tot het niveau waarop ze in 2007 en tot de zomer van 2008 waren. Toen waren de energieprijzen namelijk bijna twee keer zo hoog als nu. Als de crisis toen niet was gekomen, hadden we in Nederland al lang veel meer productie van duurzame energie gehad dan we nu hebben.

Henk en Ingrid zullen echter niet investeren in energiebesparende maatregelen. Ingrid omdat ze geen spaargeld heeft en iedere maand moeite heeft om überhaupt rond te komen. Henk omdat hij niet gelooft in klimaatverandering. Henk gebruikt het liefst gas uit Slochteren en elektriciteit van die walmende kolencentrale op de Maasvlakte, want klimaatverandering is volgens Henk toch maar onzin. Henk gaan we nooit overtuigen om te schakelen naar duurzame energie aangezien dat tegen Henk zijn principes in gaat.

Het is dus niet erg dat de energienota hoger wordt. Sterker nog: die moet nog hoger, dus gooi de belastingen maar verder omhoog en knal er ook nog een CO2-belasting op. Laat Henk maar lekker betalen voor zijn fossiele gedrag en verbruik.

Maar Ingrid moeten we helpen. Het kan niet zo zijn dat de rekening van de energietransitie voor een relatief groot deel door de smalste schouders wordt gedragen. Al helemaal niet door een deel dat wel wil verduurzamen, maar dit simpelweg niet kan betalen.

Hoe dan?

De vraag waar iedere partij mee worstelt, is hoe de rekening van de verduurzaming moet worden gefinancierd. Het verbaast mij enorm dat het kabinet de knop waarmee zij de particulier wil stimuleren om van gas af te gaan, niet inzet om dit ook voor de industrie te doen: verhoog de energiebelasting in de derde en vierde schijf!

De energiebelasting op elektriciteit bedraagt in de derde schijf (50.001 tot en met 10.000.000 kWh verbruik op jaarbasis) € 0,01421 cent per kWh. Ter vergelijking: een huishouden betaalt € 0,09863 cent per kWh (inclusief BTW is dit zelfs € 0,1193 cent per kWh, ruim 8 keer zoveel).

De prijs van elektriciteit voor levering 2020 bedraagt op dit moment ongeveer € 0,05 per kWh. Wanneer de energiebelasting in de derde schijf met € 0,02 per kWh wordt verhoogd en tegelijkertijd in de eerste schijf (verbruik tot en met 10.000 kWh, de schijf waar Ingrid in zit) wordt verlaagd, kan dit budgetneutraal. Het huishoudelijke elektriciteitsverbruik was in 2018 ongeveer 19%, dus het is zelfs mogelijk de energiebelasting in de eerste schijf met € 0,05 per kWh ter verlagen zonder dat dit het land extra geld kost. Ingrid wordt hiermee flink geholpen en de industrie wordt gestimuleerd om te gaan verduurzamen. Natuurlijk zullen de vertegenwoordigers van de industrie zeggen dat onze concurrentiepositie verslechtert wanneer hun grootverbruik extra wordt belast. Maar dit is een drogreden: iedere kWh die ze besparen, levert juist meer voordeel op. Helaas zie je hier hetzelfde rekenwerk als van Baudet: er wordt alleen naar de extra kosten gekeken van de partijen die niets doen; partijen zoals Henk. Er wordt echter niet gerekend met de voordelen die partijen hebben wanneer zij wél wat doen. Per saldo zijn degenen die investeren in energiebesparing en opwek van duurzame energie voordeliger uit en Ingrid krijgt gelukkig toch een lagere energienota, zonder dat dit de Staat iets kost. Nu moeten we er alleen nog voor zorgen dat Ingrid ook nog kan verduurzamen als ze dat wil. Misschien kan ze dat straks zelf wanneer ze iedere maand wat overhoudt dankzij die lagere energienota.


Plaats een reactie