Een duurzame energiehuishouding draait op gelijktijdigheid

Op: 16 maart 2019
Door: Jan Willem

1 reactie

Deel via

Een duurzame energiehuishouding draait op gelijktijdigheid

Afgelopen week was er veel lof voor de plotselinge ommezwaai van het kabinet. Volgend jaar wordt de verhoging van de energiebelasting op gas (die dit jaar is doorgevoerd) teruggedraaid. De Opslag Duurzame Energie wordt anders verdeeld. De verdeling huishoudens/industrie was 50/50 en deze wordt 33/67. Er komt een CO2-heffing voor de 300 grootste vervuilers, de subsidiëring van elektrische auto’s wordt verminderd én de mogelijkheden voor opslag van CO2 onder de grond (CCS) worden ingeperkt.

De vraag is nu wat deze aanvullende maatregelen gaan bijdragen aan een meer duurzame energievoorziening in Nederland.

Gelijktijdigheid

Om over te stappen van een fossiele energievoorziening naar een duurzame energievoorziening is het cruciaal duurzame energie voorhanden te hebben op het moment dat deze energie nodig is. Dit verschijnsel noemen we gelijktijdigheid. Hoe hoger de gelijktijdigheid van duurzame energie, hoe beter het is voor het milieu én de portemonnee. Door een hoge mate van gelijktijdigheid wordt voorkomen dat netaansluitingen moeten worden verzwaard of dat zelfs hele elektriciteitsnetten moeten worden verzwaard. Dit principe gaat overal op, behalve (nu nog) thuis. Thuis mogen we onze zelf opgewekte zonne-energie in de zomer nog wegstrepen tegen onze gebruikte energie in de winter. Dit principe staat bekend als salderen en dat wordt volgens minister Wiebes in 2021 afgeschaft.

Financieel gezien is het ook belangrijk de duurzame energie te produceren op of in de omgeving van de plaats waar energie nodig is. Dit draagt namelijk ook bij aan gelijktijdigheid. De afgelopen maanden is regelmatig nieuws naar buiten gekomen over beperkte netcapaciteit, waardoor grote zonneparken op landbouwgronden niet gerealiseerd kunnen worden. Deze parken worden vaak gebouwd in dunbevolkte gebieden, ver weg van industrie, omdat de grond daar goedkoop is. Omdat er weinig energieverbruik in die gebieden is, moeten de aansluitingen en netten worden verzwaard. Dit kost niet alleen veel geld, maar ook veel tijd. Het kan soms jaren duren voordat de netten voldoende zijn verzwaard om de productie van duurzame energie aan te kunnen.

Regie

Door ruimtegebrek in dichtbevolkte gebieden is het echter wel nodig grootschalige duurzame energieproductie te realiseren op dunbevolkte plekken, omdat we anders niet voldoende kunnen produceren om in onze eigen vraag te voorzien. Wind-op-zee is hier een goed voorbeeld van. Ook hier was voormalige minister Kamp voortrekker en hij heeft gezorgd voor het ‘stopcontact op zee’. Dankzij dit stopcontact lukt het partijen als Orsted en Shell/Eneco  zonder (overige) subsidies grote windparken op zee te bouwen. Kamp nam ook regie voor wind-op-land en het wordt tijd dat Wiebes regie neemt voor zon-op-land. Netcapaciteit wordt een steeds groter probleem en niet alleen in dunbevolkte gebieden. Inmiddels zijn ook al de eerste problemen bekend in dichtbevolkte gebieden en op industrieterreinen. Actie is dus gewenst.

De eerste stap die Wiebes kan zetten, is het aanpassen van de huidige SDE+-regeling. Dit gaat sowieso gebeuren (de SDE+ wordt SDE++ in 2020) maar er is grote winst te behalen door de fout uit het verleden te corrigeren. Omdat Wiebes dit in 2020 ook gaat doen voor de energiebelasting, kan-ie dit ook meteen doen voor de SDE+. In mijn eerdere column van december 2017 (zie: https://greencrowd.nl/nieuws/niet-net-net-niet) maakte ik al melding van het feit dat een historische fout is gemaakt door het huidige onderscheid tussen netlevering en niet-netlevering van zonne-energie. Als gevolg van deze fout worden zonne-energieprojecten nu niet meer ontworpen om een zo hoog mogelijke gelijktijdigheid te realiseren, maar om zoveel mogelijk aan het te leveren. Dit als resultaat van een verkeerde financiële stimulans: netlevering wordt meer gesubsidieerd dan niet-netlevering.

Oplossingen

De SDE+ voor zonne-energie moet erop worden gericht zonne-energie zoveel mogelijk direct te benutten en het liefst rechtstreeks van de bron. Hierdoor wordt het elektriciteitsnet ontlast.

De meeste eenvoudige manier om dit te bewerkstelligen, is door het mechanisme van de bepaling van het correctiebedrag (ook wel de vaststelling van de basisenergieprijs) om te draaien. Draai de aanpassing van 2018 terug of geef bij projecten waar zonnestroom direct kan worden verbruikt juist meer subsidie op stroom die direct wordt verbruikt en minder subsidie op stroom die aan het net wordt geleverd. Dit is laaghangend fruit.

Een tweede manier om meer gelijktijdigheid te bewerkstelligen, is het stimuleren van oost-west-opstellingen ten opzichte van zuidopstellingen. Door een oost-west-opstelling wordt de opbrengst gelijkmatiger over een dag gespreid. Hierdoor wordt het net beter benut (want langer) en minder belast (dankzij de lagere piek). Een analyse door Greenspread van de ontwikkeling van de spotprijzen voor elektriciteit op de groothandelsmarkt over de afgelopen 11 jaar toont ook aan dat het financieel gezien steeds minder interessant wordt stroom midden op de dag te produceren. Zeker in de zomer.

Deze twee relatief eenvoudige aanpassingen van de SDE+-regeling zouden ervoor zorgen dat meer zonne-energieprojecten worden ontwikkeld met een hoge mate van gelijktijdigheid. Ze zouden er ook voor zorgen dat batterijen sneller worden toegepast om overtollige zonnestroom op te slaan en later op de dag, of zelfs ’s nachts, alsnog te gebruiken. Ook dit leidt tot een verdere ontlasting van het elektriciteitsnet.

Gemiste kans

Het minder stimuleren van elektrische auto’s is een gemiste kans. Elektrische auto’s kunnen met slimme, snelle laadpalen en de juiste software worden ingezet om het net te ontlasten. In plaats van een versobering van het subsidieregime voor elektrische auto’s kan beter worden gekeken naar een aanpassing waardoor deze flexibele opslag juist veel beter wordt benut. Er zijn juist meer elektrische auto’s nodig om een belangrijke rol te vervullen in onze toekomstige duurzame energievoorziening.

Het verlagen van de energiebelasting leidt niet tot besparing van energie: integendeel. De stimulans om van gas los te gaan, wordt ook weggenomen. Het houdt alleen maar in stand dat verbruik van energie niet wordt teruggedrongen.

De enige maatregelen die gaan bijdragen aan een duurzame energievoorziening, zijn een herverdeling van de Opslag Duurzame Energie, het invoeren van een effectieve CO2-heffing en het beperken van CCS. Het laatstgenoemde zorgt ervoor dat bedrijven gewoon minder moeten uitstoten en de eerste twee zorgen ervoor dat (groot)verbruik en CO2-uitstoot duurder wordt.

Een duurzame energiehuishouding draait op gelijktijdigheid. Het kabinet moet zich daarom juist richten op het opvoeren van duurzame energieproductie en het zo efficiënt mogelijk inzetten van deze productie. Door gelijktijdigheid te stimuleren, kunnen grote stappen worden gezet. Grote stappen die nodig zijn om onze doelstellingen te realiseren zonder dat er miljarden in de grond moeten worden gestopt om onze netten te verzwaren.


1 reactie

  1. frans debets says:

    Helemaal eens. Kijk naar Duitsland…
    De Einspersevergüting in Duitsland is strak georganiseerd. De prijs wordt voor 20 jaren gegarandeerd, maar deze prijsgarantie wordt steeds wat lager. De systemen die op 1 april 2019 ingebruik worden genomen krijgen 11.11 cent vergoeding, die op 1 maart werden gestart kregen 11,23 cent, die van 1 februari 11,35 cent (voor systemen tot 10 kWp – ongeveer 35 panelen). Omdat de stroominkoopprijs zo hoog is (tegen 30 cent) en de teruglevering zo laag, loont het om batterijen te kopen om dag-nacht verschillen op te vangen. Hausbatterien verkopen zeer goed in Duitsland.

Plaats een reactie