Archive for the ‘Opinie’ Category

Statenverkiezingen leiden tot populistisch gedrag rondom Klimaatakkoord en energienota

Al enige maanden grijpen onze politieke partijen alles aan om de zieltjes van Henk en Ingrid te winnen.

In november kwam Klaas Dijkhoff, fractievoorzitter van de VVD in de Tweede Kamer, met de uitspraak dat Nederland haar klimaatdoelstellingen niet haalt zonder kernenergie. Dijkhoff deed deze uitspraak na een grappige uitzending van Arjen Lubach en een opvolgende poll van Maurice de Hond over kernenergie. Dijkhoff voegde er nog aan toe dat we wat hem betreft “snel beginnen met bouwen”.

Vragen en antwoorden

In december kwam de PVV in het vragenuurtje met een mondelinge vraag van Alexander Kops (PVV) aan staatssecretaris Mona Keijzer (Economische Zaken en Klimaat) hoe de staatssecretaris de stijging van de energiekosten gaat compenseren. Dit naar aanleiding van een bericht in De Telegraaf. De website van de Tweede Kamer meldt hier het volgende over:

“300 euro. Dat is wat volgens De Telegraaf een huishouden in 2019 meer aan energiekosten moet betalen.” Schandalig, vindt Kops. Dit ziet hij als het klimaatbeleid in de praktijk. “De gewone man en vrouw moeten bloeden.” Hoe gaat de regering deze stijging compenseren voor de mensen die dit niet kunnen betalen?

“De bedragen in het artikel kloppen niet voor een gemiddeld huishouden”, antwoordde Keijzer. Zowel de genoemde verbruikscijfers als de gehanteerde elektriciteitsprijs zijn volgens hem te hoog geraamd. Maar het kabinet vindt betaalbaarheid wel heel belangrijk voor het draagvlak voor de klimaatmaatregelen, benadrukte de staatssecretaris. Het advies van Keijzer was breder te kijken: “Ook met bijvoorbeeld inkomensbeleid en huurbeleid wordt iets gedaan voor de lagere inkomens.”

In januari komt Dijkhoff nog een keer met boute uitspraken. Hij zegt in De Telegraaf dat het klimaatakkoord niet zijn akkoord is en zinspeelt zelfs op een mogelijke val van het kabinet. Sybrand Buma van het CDA kan zich niet onbetuigd laten en gaat hier een paar dagen later nog eens dunnetjes overheen. Buma laat in een reactie op de uitlatingen van Dijkhoff het volgende weten: “Het is belangrijk dat de VVD nu ook ziet dat het klimaatakkoord niet heilig is en dat het kabinet zelf keuzes moet maken, om te zorgen dat de rekening voor gewone burgers betaalbaar blijft.”

Op de achtergrond roept Thierry Baudet van Forum voor Democratie al sinds oktober vorig jaar dat het Klimaatakkoord ons 1.000 miljard euro gaat kosten. De kracht van de boodschap zit in de herhaling, want deze maand wordt deze boodschap opeens opgepikt door meerdere landelijke dagbladen. Het verhaal van Baudet is door de meeste grote kranten, op De Telegraaf na, volledig gefileerd en de conclusie is dat er helemaal niets van klopt.

Aan de andere kant van de tafel, of de Kamer, zitten Jetten en Klaver van respectievelijk D66 en GroenLinks. Zij roepen te pas en te onpas dat ‘de industrie’ moet betalen en dat er een CO2-taks moet komen om ‘de vervuiler te laten betalen’.

Inmiddels zitten we bijna in maart en dit keer is de energienota het middel om het vuurtje weer eens lekker op te stoken voor de Statenverkiezingen. Roepen dat de koopkracht omlaag gaat als gevolg van de energietransitie of het Klimaatakkoord scoort namelijk ontzettend goed bij Henk en Ingrid.

Hoe zit dat nu met die hogere energienota?

Op 4 december 2018 plaatste Gaslicht.com een blog waarin zij berekent dat een gezin van drie personen dit kalenderjaar 160 euro meer kwijt is voor zijn energie. Volgens Gaslicht.com komt dit door hogere belastingen, hogere netbeheerderskosten en waarschijnlijk hogere prijzen voor elektriciteit en gas. Overstappen via Gaslicht.com levert volgens Gaslicht.com echter een besparing op van 310 euro per jaar, in plaats van een verhoging van 160 euro per jaar. Ik hoef u uiteraard niet te vertellen waar Gaslicht.com haar geld mee verdient, maar ik doe het toch: met overstappen van energiebedrijf via hun website. Algemeen Dagblad pikte dit nieuws op, deed er een schepje bovenop en kopte de volgende dag: Energierekening wordt volgend jaar 360 euro hoger.

Maar wat zijn nu de werkelijke kosten en hoe kan het dat staatssecretaris Keijzer in het vragenuurtje zo overtuigd zei dat de kosten niet met 360 euro zouden stijgen?

In de rekenvoorbeelden wordt per huishouden een gemiddeld elektriciteitsverbruik van 3.000 kWh per jaar aangehouden, naast een gemiddeld gasverbruik van 1.500 m3 per jaar.

Wanneer bij deze verbruiken enkel wordt gekeken naar de kosten voor energiebelasting, Opslag Duurzame Energie en de Belasting Toegevoegde Waarde (BTW) die wordt geheven over deze twee belastingen (ja echt waar, in Nederland heffen we belasting over de belasting die we moeten betalen), dan zien we het volgende:

  • In 2019 betaalt een huishouden € 31,83 meer aan energiebelasting dan in 2018 (gas is € 49,68 gestegen, elektriciteit is € 17,85 gedaald);
  • In 2019 betaalt een huishouden € 52,95 meer aan Opslag Duurzame Energie dan in 2018 (zowel gas als elektriciteit is gestegen);
  • De belastingvermindering per elektriciteitsaansluiting is in 2019 € 51,00 gedaald ten opzichte van 2018 (hierdoor wordt de energienota dus hoger); en
  • Per saldo moet over bovenstaande posten ook nog eens 21% BTW worden betaald. Dit komt neer op € 28,51.

De stijging op de energienota in 2019 ten opzichte van 2018 als gevolg van wijzigingen in de belastingen is dus € 164,29 bij een gelijkblijvend verbruik. De Staatssecretaris had dit kunnen weten.

Wat de Staatssecretaris niet kan weten en wat haar ook niet verweten kan worden, is wat de prijzen van elektriciteit en gas gaan doen. Gaslicht.com baseert haar berekeningen op de variabele prijzen die de grote energiebedrijven in rekening brengen. Deze variabele prijzen zijn gebaseerd op het ‘modelcontract’. Dit is een verplicht nummer dat de Autoriteit Consument en Markt (ACM) de energiebedrijven heeft opgelegd en dit is bij de meeste energiebedrijven tevens het minst aantrekkelijke energiecontract, omdat dit vaak het duurste contract is. De energiebedrijven adverteren hier ook niet mee; ze stunten liever met specifieke aanbiedingen om klanten over te laten stappen. Alleen huishoudens die nog nooit zijn overgestapt én nog nooit een aanbieding voor een driejarig contract of een contract voor groene stroom of gecompenseerd gas heeft geaccepteerd, zitten al jaren op dit modelcontract. Dit soort klanten betaalt dus sowieso het meest in vergelijking met huishoudens die al wel eens zijn overgestapt; en al helemaal in vergelijking met huishoudens die jaarlijks overstappen, want dat is nog steeds het voordeligst.

Wat de staatssecretaris eind 2018 wel had kunnen weten, is hoe de energieprijzen zich in 2018 hebben ontwikkeld. De elektriciteitsprijs is bijvoorbeeld bijna verdubbeld ten opzichte van eind 2017. Je zou van een staatssecretaris mogen verwachten dat ze dit soort kennis paraat heeft tijdens zo’n vragenuurtje. Maar toch zegt dit niet alles. Dit elektriciteitsprijs voor 2020 heeft dit jaar op bijna € 64 per MWh gestaan, maar is deze week gedaald naar net boven de € 50 per MWh: een daling van meer dan 21%.

Wat een huishouden in een bepaald jaar betaalt, is afhankelijk van het energiecontract. Als een huishouden in de zomer van 2017 een driejarig contract heeft afgesloten, betaalt dat huishouden in 2019 meer dan in 2018 ten gevolge van de hogere belastingen. Dit huishouden is echter tegelijkertijd veel goedkoper uit dan de buren die nog nooit zijn overgestapt en een modelcontract hebben.

Kortom: de Staatssecretaris heeft geblunderd in december. Dat PBL nu de schuld krijgt van het kabinet, is niet chique. Het PBL kan hier helemaal niets aan doen en het feit dat de Staatssecretaris zich verschuilt achter zogenaamd verkeerde aannames van PBL en vanuit de Nationale Energieverkenning 2017 is ronduit laf te noemen; ze had gewoon beter moeten weten.

Is het erg?

De vraag is nu of het erg is dat de energienota dit jaar een stuk hoger uitvalt dan in 2018. Ik denk het niet. Het kabinet wil haar klimaatdoelstellingen halen. Daarom wordt ingezet op de elektrificering van het energieverbruik door huishoudens te stimuleren van gas af te gaan. Om die reden wordt de energiebelasting op gas verhoogd en die op elektriciteit verlaagd. Dankzij de hogere energienota leveren investeringen in energiebesparende maatregelen veel meer rendement op dan wanneer je je geld op je spaarrekening laat staan.

Het is daarom ook te hopen dat de marktprijzen voor energie de komende jaren flink stijgen, hopelijk tot het niveau waarop ze in 2007 en tot de zomer van 2008 waren. Toen waren de energieprijzen namelijk bijna twee keer zo hoog als nu. Als de crisis toen niet was gekomen, hadden we in Nederland al lang veel meer productie van duurzame energie gehad dan we nu hebben.

Henk en Ingrid zullen echter niet investeren in energiebesparende maatregelen. Ingrid omdat ze geen spaargeld heeft en iedere maand moeite heeft om überhaupt rond te komen. Henk omdat hij niet gelooft in klimaatverandering. Henk gebruikt het liefst gas uit Slochteren en elektriciteit van die walmende kolencentrale op de Maasvlakte, want klimaatverandering is volgens Henk toch maar onzin. Henk gaan we nooit overtuigen om te schakelen naar duurzame energie aangezien dat tegen Henk zijn principes in gaat.

Het is dus niet erg dat de energienota hoger wordt. Sterker nog: die moet nog hoger, dus gooi de belastingen maar verder omhoog en knal er ook nog een CO2-belasting op. Laat Henk maar lekker betalen voor zijn fossiele gedrag en verbruik.

Maar Ingrid moeten we helpen. Het kan niet zo zijn dat de rekening van de energietransitie voor een relatief groot deel door de smalste schouders wordt gedragen. Al helemaal niet door een deel dat wel wil verduurzamen, maar dit simpelweg niet kan betalen.

Hoe dan?

De vraag waar iedere partij mee worstelt, is hoe de rekening van de verduurzaming moet worden gefinancierd. Het verbaast mij enorm dat het kabinet de knop waarmee zij de particulier wil stimuleren om van gas af te gaan, niet inzet om dit ook voor de industrie te doen: verhoog de energiebelasting in de derde en vierde schijf!

De energiebelasting op elektriciteit bedraagt in de derde schijf (50.001 tot en met 10.000.000 kWh verbruik op jaarbasis) € 0,01421 cent per kWh. Ter vergelijking: een huishouden betaalt € 0,09863 cent per kWh (inclusief BTW is dit zelfs € 0,1193 cent per kWh, ruim 8 keer zoveel).

De prijs van elektriciteit voor levering 2020 bedraagt op dit moment ongeveer € 0,05 per kWh. Wanneer de energiebelasting in de derde schijf met € 0,02 per kWh wordt verhoogd en tegelijkertijd in de eerste schijf (verbruik tot en met 10.000 kWh, de schijf waar Ingrid in zit) wordt verlaagd, kan dit budgetneutraal. Het huishoudelijke elektriciteitsverbruik was in 2018 ongeveer 19%, dus het is zelfs mogelijk de energiebelasting in de eerste schijf met € 0,05 per kWh ter verlagen zonder dat dit het land extra geld kost. Ingrid wordt hiermee flink geholpen en de industrie wordt gestimuleerd om te gaan verduurzamen. Natuurlijk zullen de vertegenwoordigers van de industrie zeggen dat onze concurrentiepositie verslechtert wanneer hun grootverbruik extra wordt belast. Maar dit is een drogreden: iedere kWh die ze besparen, levert juist meer voordeel op. Helaas zie je hier hetzelfde rekenwerk als van Baudet: er wordt alleen naar de extra kosten gekeken van de partijen die niets doen; partijen zoals Henk. Er wordt echter niet gerekend met de voordelen die partijen hebben wanneer zij wél wat doen. Per saldo zijn degenen die investeren in energiebesparing en opwek van duurzame energie voordeliger uit en Ingrid krijgt gelukkig toch een lagere energienota, zonder dat dit de Staat iets kost. Nu moeten we er alleen nog voor zorgen dat Ingrid ook nog kan verduurzamen als ze dat wil. Misschien kan ze dat straks zelf wanneer ze iedere maand wat overhoudt dankzij die lagere energienota.

Prinses Máxima Centrum bespaart jaarlijks €30.000 dankzij zonnepanelen

Forse besparing op energierekening

Vandaag is het zonnedak van het Prinses Máxima Centrum (PMC) opgeleverd, na jarenlange inspanningen van initiatiefnemers Stichting Greencrowd en Greenspread,. Het zonnedak bestaat uit 1.502 zonnepanelen. Dankzij deze installatie bespaart het Prinses Máxima Centrum op jaarbasis ongeveer 215 ton CO2. De zonnepanelen leveren een structurele energiebesparing op. Zodoende houdt het PMC jaarlijks dertigduizend euro over voor haar primaire taak: het verzorgen en beter maken van jonge kankerpatiëntjes.

Meer doen dan alleen doneren

Jan Willem Zwang, oprichter van Greenspread en Stichting Greencrowd, zag een aantal jaar geleden een advertentie waarin werd opgeroepen een bijdrage te leveren aan de bouw van het Prinses Máxima Centrum door ‘steentjes” te kopen. Zwang wilde iets meer doen dan alleen doneren en kwam op het idee het Prinses Máxima Centrum te helpen aan structurele energiebesparing met behulp van zonnepanelen.

Onbezoldigde werkzaamheden van Stichting Greencrowd en Greenspread

De werkzaamheden van Stichting Greencrowd en van Greenspread zijn onbezoldigd uitgevoerd. Via het platform van Stichting Greencrowd is bijvoorbeeld een crowdfundingsactie geweest voor de zonnepanelen. Daarnaast heeft Greenspread succesvol een aanvraag ingediend voor de landelijke subsidieregeling SDE+. Greenspread heeft voor het Prinses Máxima Centrum de aanbesteding en uitvoering begeleid en droeg zorg voor de oplevering.

Stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties (BOSA)

Wij maken u er graag op attent dat de EDS-regeling vanaf 1 januari 2019 wordt vervangen door de subsidieregeling Stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties (BOSA). Deze regeling is onderdeel van het Nationaal Sportakkoord dat een deelakkoord over duurzame sportaccommodaties bevat.

De BOSA compenseert het niet langer kunnen verrekenen van de btw bij gemeenten, sportverenigingen en sportstichtingen. Daarnaast wordt een aanvullende subsidie geboden voorinvesteringen in onder meer energiebesparende maatregelen. Dit gaat om een subsidie van 35% van de investeringskosten van de maatregel ledsportveldverlichting en ledarmaturen vallen hieronder. In de loop van dit jaar wordt meer bekend over de subsidieregeling, het indienen van een aanvraag en andere aanvullende informatie.

Wilt u gebruikmaken van deze subsidie?

Wij vragen deze graag voor u aan!

CapitalLED ziet het licht!

Zoals u wellicht in onze laatste nieuwsbrief heeft gelezen, hebben wij de afgelopen weken heel hard gewerkt aan de oprichting van CapitalLED, een financieringsvehikel voor LED-verlichting. Niet zomaar een financieringsvehikel, maar een samenwerking met Signify, het voormalige Philips Lighting, en haar installatiepartners.

 

Wat biedt CapitalLED?

CapitalLED maakt het mogelijk voor sportverenigingen, gemeenten en bedrijven om hun ledverlichting te verduurzamen zonder zelf te hoeven investeren. Het unieke aan de samenwerking tussen Signify en Greenspread is dat CapitalLED sportverenigingen en gemeente een volledige ontzorgingsconstructie kan aanbieden: van haalbaarheidsonderzoek en aanvragen subsidies tot en met financiering en exploitatie. En dit alles met een lichtgarantie voor 15 jaar op basis van de normen van de sportbond.

 

De voordelen van CaptialLED op een rij

  • Geen investering: U verduurzaamt en bespaart zonder zelf te hoeven investeren.
  • Professioneel: Wij maken enkel gebruik van professionele producten en installateurs aangesloten bij Signify.
  • Smart & connected: Onze lichtinstallaties zijn altijd smart & connected, met PerfectPlay voor efficiënte en zuinige ledverlichting.
  • Garantie en ontzorging: Wij bieden 15 jaar garantie én volledige ontzorging
  • 15-jarige lichtgarantie: U krijgt van ons een 15-jarige lichtgarantie op basis van de voorwaarden van de betrokken sportbond.
  • Subsidieaanvraag: Wij vragen alle mogelijke subsidies voor u aan om uw leasekosten zo laag mogelijk te maken

 

Welke mogelijkheden?

CapitalLED biedt financieringsmogelijkheden voor professionele ledverlichting in de vorm van operational lease, financial lease en crowdfunding.

 

Geïnteresseerd naar de mogelijkheden van ledverlichting voor uw organisatie?

Vul uw gegevens in op het contactformulier op de website van CapitalLED en wij nemen contact met u op!

 

Meer informatie

Ga voor meer informatie over CapitalLED naar de website www.capitalLED.nl

 

Onderzoek onder gemeenten: WOZ-beleid zonnepanelen volledig versnipperd

Woudenberg, 19 november 2018

Zonnepanelen hebben geen WOZ-waarde volgens gemeenten

Een overweldigend aantal gemeenten heeft gereageerd op vraag van Greenspread hoe de gemeente omgaat met zonnepanelen in de WOZ-waarde. De belangrijkste conclusies van het onderzoek zijn dat het beleid volledig versnipperd is én dat het gros van de gemeenten geen WOZ-waarde toekent aan zonnepanelen. Dit terwijl het onderzoek gestart is naar aanleiding van de uitspraak van het gerechtshof waarin juist wordt gesteld dat zonnepanelen wél een WOZ-waarde hebben.

Op 10 september 2018 hebben de VVD-Kamerleden Lodders en Yesilgöz-Zegerius vragen gesteld aan staatssecretaris Snel van Financiën over de uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 17 april 2018 over het meenemen van zonnepanelen in de WOZ-waarde.

Staatssecretaris Snel heeft op 6 november antwoord gegeven op deze vragen en de staatssecretaris gaf onder meer aan dat er geen overzicht beschikbaar is van de wijze waarop gemeenten omgaan met de waardering van zonnepanelen en of zij al dan niet gebruikmaken van de uitzonderingsbepaling in de Gemeentewet.

Naar aanleiding van het antwoord van de staatssecretaris heeft Greenspread een korte enquête gehouden onder de gemeenten om hier meer zicht op te krijgen. Tot op heden hebben 198 van de 380 gemeenten geantwoord. De antwoorden en toelichtingen zijn verwerkt in dit rapport.

De belangrijkste conclusies zijn als volgt:

  • Zonnepanelen hebben geen of nauwelijks invloed op de WOZ-waarde van een object, zelfs niet wanneer het object een zakelijk pand is met een grote zonnepaneleninstallatie.
  • De verdeling van de antwoorden op de primaire vraag of gemeenten zonnepanelen al dan niet meenemen in de bepaling van de WOZ-waarde van een object geeft aan dat hier nog geen eenduidig beleid voor is.
  • Het gros van de gemeenten heeft geen zicht op het feit of er zonnepanelen op een object zijn geplaatst en houdt dit ook niet bij. Slechts een handvol gemeenten geeft aan bij verkoop van een object te (gaan) registreren of zonnepanelen aanwezig zijn. Nog een handvol gemeenten geeft aan luchtfoto’s in te willen gaan zetten om te inventariseren welke objecten zonnepanelen hebben.
  • Het overweldigende aantal reacties in combinatie met de uitgebreide toelichtingen geeft enerzijds aan dat het onderwerp enorm leeft en anderzijds dat veel gemeenten nog zoekende zijn om hier goede invulling aan te geven.

 

Het rapport kan hier worden gedownload.

Naar aanleiding van de uitkomsten van dit onderzoek zal Greenspread binnenkort een vervolgonderzoek starten waarin naast de voorgenoemde thema’s ook wordt gekeken naar de wijze waarop gemeenten omgaan met de heffingsgrondslag van de ozb voor grondgebonden zonnepanelen en de leges bij vergunningaanvragen voor zonneparken.

Jan Willem Zwang

Greenspread opent met zonnepark De Vlaas haar tweede zonnepark

Woudenberg, 13 november 2018

Op 16 november vindt de officiële opening van zonnepark De Vlaas in Deurne plaats. In totaal zijn daar 18.208 zonnepanelen op een terrein van ruim 11 hectare geplaatst, waarvan 10.113 op basis van de SDE+ en 8.095 panelen op basis van de Regeling Verlaagd Tarief worden geëxploiteerd. Hiermee is dit niet alleen het grootste postcoderoosproject van Nederland, maar ook nog eens het eerste grondgebonden zonne-energieproject waarin SDE+ en de Regeling Verlaagd Tarief wordt gecombineerd.

Greenspread Brabant

Coöperatie EnergyPort Peelland initieerde de ontwikkeling en realisatie van Zonnepark De Vlaas. Op advies van duurzaam energiebedrijf Qurrent heeft de coöperatie Greenspread benaderd voor de ontwikkeling en exploitatie van het SDE+-deel van het zonnepark. Greenspread Brabant gaat 10.113 panelen uit dit zonnepark exploiteren en is een samenwerking van BOM Renewable Energy, Scholt Group en Renewable Capital, het moederbedrijf waar Greenspread onder valt. Greenspread opent hiermee na Zonnepark Laarberg haar tweede zonnepark in 2018 voor eigen exploitatie.

Postcoderoospanelen Zonnepark de Vlaas

Een postcoderoos is het gebied van aangrenzende postcode-4-gebieden waarin de productie-installatie ligt. Leden van een coöperatie of VvE die gezamenlijk eigenaar zijn van een productie-installatie en wonen binnen dit postcoderoosgebied hebben – volgens de regeling Verlaagd Tarief- recht op een verlaagd tarief (korting) van de energiebelasting. Zonnepark De Vlaas telt 8.095 postcoderoospanelen en 486 postcoderoosdeelnemers verdeeld over 3 postcoderozen. Coöperatie Zonnepark PCR De Vlaas zal in totaal 8.095 zonnepanelen exploiteren. Zonnepark De Vlaas is hiermee veruit het grootste postcoderoosproject van Nederland.

CO2-reductie

De CO2-reductie van Zonnepark De Vlaas bedraagt 2.569 ton per jaar. Het zonnepark heeft met 18.208 zonnepanelen een opgesteld vermogen van 4.916 kWp en produceert naar verwachting 4.500.000 kWh, wat gelijkstaat aan het energieverbruik van ca. 1.400 huishoudens per jaar.

Zonnepark De Vlaas

De aanleg van het zonnepark is uitgevoerd door Hoppenbrouwers, een lokale installateur die landelijk opereert. Van de 11 hectare wordt slechts 6,5 hectare gebruikt voor de zonnepanelen. De overige hectares dienen als natuurcompensatie en bieden plaats aan schapen en een natuurijsbaan voor de lokale schaatsvereniging. Zonnepark De Vlaas draagt dankzij de overheidssubsidie, de bewonersparticipatie en de duurzame-energie-opwekking bij aan drie Sustainable Devolpment Goals.

Greenspread Brabant wint openbare aanbesteding zonnepark langs rijksweg A58

Etten-Leur, 1 november 2018

Aan de Rijksweg A58 bij Etten-Leur wordt een zonnepark van ruim drie hectare gerealiseerd. Het Rijksvastgoedbedrijf en Greenspread Brabant B.V. sloten hiervoor een overeenkomst. Het zonnepark, bestaande uit 9.700 zonnepanelen, zal genoeg duurzame energie produceren voor ongeveer duizend huishoudens. Naar verwachting is het zonnepark in oktober 2019 klaar.

Vermindering CO2-uitstoot en een lagere energierekening

Dankzij de realisatie van dit zonnepark, wordt een positieve bijdrage geleverd aan CO2-vermindering. Inwoners en ondernemers uit de omgeving, met een kleinverbruikersaansluiting die participeren, profiteren van de opbrengst van de zonnepanelen. Zij kunnen kiezen tussen de Regeling Verlaagd Tarief (Postcoderoos), crowdfunding via Stichting Greencrowd of een Paneelopnaam.

Bijdragen aan realisatie duurzaamheidsdoelstellingen

Met een vermogen van drie megawatt levert het project een belangrijke bijdrage aan de duurzaamheiddoelstelling van de gemeente Etten-Leur. Het park is voorzien aan de noordzijde van rijksweg A58, op de geluidswal tussen de afslagen Etten-Leur-Zuid en Etten-Leur. Het Rijksvastgoedbedrijf werkt in dit traject samen met Rijkswaterstaat en de gemeente Etten-Leur.

Greenspread Brabant B.V. en energieleverancier Vrijopnaam

Greenspread Brabant B.V. scoorde het beste op de door het Rijksvastgoedbedrijf gestelde voorwaarden en eisen en gaat het zonnepark ontwikkelen, realiseren en exploiteren. Energieleverancier Vrijopnaam levert de opgewekte stroom uit het park aan inwoners en bedrijven in Etten-Leur en biedt samen met Greenspread mogelijkheden voor lokale participatie.

Voorwaarden en eisen aanleg en exploitatie zonnepark

Het Rijksvastgoedbedrijf stelde, via Biedboek.nl, de aarden geluidswal beschikbaar voor de aanleg en exploitatie van het zonnepark. Het belangrijkste onderdeel waarop deelnemers werden beoordeeld, is een plan van aanpak met een beschrijving van de maatschappelijke meerwaarde en de inpassing van het zonnepark in de omgeving en het landschap.

Stoppen is geen optie

Het is een bijzondere maand. De temperatuur is aangenaam en we mochten zelfs genieten van strandweer. Op zich is dit niets bijzonders; het is immers maar weer en nog geen klimaat. Toch?

Ik weet het niet. We hadden dit jaar ook al een bijzonder goede zomer. Bijzonder goed? Niet voor de agrariërs onder ons en ook niet voor de binnenvaart. Maar het was wel lekker weer. Af en toe iets te warm naar mijn zin, maar ach: we moeten toch ergens over klagen. Gelukkig was er af en toe wel een bui. En wat voor bui dan ook meteen. In Gouda stonden de straten blank en werd zelfs de snelweg afgesloten. Onstuimig weer, ook dat is van alle jaren. Het is immers maar weer en geen klimaat. Toch?

Ik weet het niet. Ook de Verenigde Naties weten het niet. Die kwamen deze week met een zeer onheilspellend rapport over de opwarming van de aarde. Zij spreken niet over het weer, maar over het klimaat. Je gaat het bijna door elkaar halen. Het rapport stelt dat de uitstoot van CO2 drastisch omlaag moet en dit standpunt wordt gesteund door duizenden onderzoekers.

Volgens het VN-rapport moet in het jaar 2050 70 tot 85% van de energie duurzaam worden opgewekt om de opwarming op 1,5 graad in 2100 te houden. Op dit moment wordt 25% duurzaam opgewekt. De CO2-uitstoot moet in 2030 45% lager zijn dan deze was in 2010. Om dit te realiseren, zijn ‘niet eerder vertoonde veranderingen’ nodig.

Houston, we have a problem…

Klaas Knot, directeur van De Nederlandse Bank, gaf deze week een interview aan RTLZ. In dit interview refereert hij aan het Overzicht Financiële Stabiliteit najaar 2018. In dit overzicht is een heel hoofdstuk gewijd aan de financiële stabiliteitsrisico’s van een disruptieve energietransitie. De Nederlandse Bank heeft zelfs enkele scenario’s uitgewerkt met pakkende namen als Technologieschok, Vertrouwensschok, Beleidsschok en Dubbele Schok.

Volgens het overzicht van De Nederlandse Bank kan een disruptieve energietransitie leiden tot substantiële verliezen voor de Nederlandse financiële sector. Indien een van de eerder genoemde schokken zich de komende jaren voordoet, kunnen de vermogensverliezen van de Nederlandse financiële instellingen direct na de schokken oplopen tot respectievelijk 48, 98, 111 en zelfs 159 miljard euro.

De Dubbele Schok kan de financiële instellingen dus 159 miljard euro kosten. Maar wat houdt die Dubbele Schok dan precies in? De Dubbele Schok is de combinatie van de Beleidsschok en de Technologieschok. De Beleidsschok wordt veroorzaakt doordat overheden gaan sturen op het verminderen van CO2-uitstoot. De Technologieschok wordt veroorzaakt doordat hernieuwbare energie goedkoper opgewekt kan worden dan fossiele energie.

Voor de duidelijkheid: de 159 miljard van Knot is nog exclusief de 200 miljard die McKinsey in 2016 heeft berekend als ‘kosten voor de energietransitie’. Een zwartkijker zou zeggen dat we 200 miljard over de balk gaan smijten om 159 miljard aan waarde te vernietigen.

Het bijzondere is dat beide ‘schokken’ al in werking zijn gesteld: overheden sturen al op het terugdringen van de CO2-uitstoot én hernieuwbare energie wordt momenteel al goedkoper geproduceerd kan kolenstroom. En de 200 miljard kostende energietransitie is tien jaar geleden al ingezet, maar dat had McKinsey over het hoofd gezien, denk ik.

Maar wat is nu de boodschap van Knot? We weten inmiddels allemaal dat het klimaat verandert. Zelfs de ontkenners zijn om: het gros ontkent nu alleen nog dat de klimaatverandering door de mens wordt veroorzaakt, maar niet meer dat het klimaat verandert noch dat de aarde opwarmt. Stoppen met de energietransitie is geen optie.

We gaan dus door, net als de innovaties op het gebied van duurzame-energie-productie, energieopslag en energie-efficiency. Beleidsvorming gaat door, technologische ontwikkelingen gaan door: de Dubbele Schok is in aantocht.

Ik zie de boodschap van Knot daarom vooral als een waarschuwing: particuliere beleggers, haal als de sodemieter je geld uit financiële instellingen die nog steeds geld investeren in of lenen aan de fossiele energiesector!

Jan Willem Zwang

Groen is poen

‘Groene stroom uit Nederland is duurste van Europa’, kopte het Financieele Dagblad (FD) op 27 augustus dit jaar. Gemeenten en bedrijven betalen volgens het artikel meer voor groene stroom door de gestegen prijs van Garanties van Oorsprong (GvO’s).

Het artikel meldt dat de prijs van Nederlandse GvO’s de afgelopen jaren is opgelopen en dat deze stijging zich de komende jaren naar verwachting voortzet. Hiermee suggereert het FD dat gemeenten en bedrijven de komende jaren meer geld kwijt zijn voor hun duurzame energie. De praktijk wijst juist uit dat deze partijen geld kunnen besparen en zelfs verdienen door over te stappen op duurzame energie. Hoe zit dit precies?

Garantie van Oorsprong
Wanneer men duurzame energie opwekt en een brutoproductiemeter (BPM) laat plaatsen (door een meetbedrijf) die wordt aangemeld bij CertiQ, dan krijgt men voor iedere opgewekte megawattuur één GvO. CertiQ is een 100% dochter van de landelijke elektriciteitsnetbeheerder TenneT en door de minister van Economische Zaken gemandateerd om GvO’s te verstrekken.

Een GvO meldt onder meer wat de energiebron is waarmee de energie is opgewekt, de periode waarin de energie is opgewekt, de locatie waar de energie is opgewekt en of en zo ja wat voor steun (lees subsidie) de installatie heeft ontvangen.

Nederland is niet het enige land dat GvO’s verstrekt. Ook landen als Duitsland, Frankrijk, Noorwegen en België, maar ook landen als Estland, IJsland en Cyprus zijn aangesloten bij de AIB (association of issuing bodies). De AIB is het Europese samenwerkingsverband waarin afspraken zijn gemaakt over GvO’s. Niet alle Europese landen zijn aangesloten bij de AIB. Landen als Polen en Slowakije zijn bijvoorbeeld niet aangesloten, evenals Engeland.

Handel
Al jarenlang is er een levendige handel in GvO’s en deze handel wordt al jaren gestimuleerd door de Europese en nationale regelgeving omtrent energie. Toen de energiemarkt geliberaliseerd werd (ruim vijftien jaar geleden), was het al mogelijk ‘groene energie’ te leveren. Dit werd (ook toen al) gedaan door in het buitenland GvO’s te kopen en daarmee de Nederlandse, met kolen- en gasgestookte centrales opgewekte elektriciteit administratief te vergroenen.

Het verdienmodel was lucratief, omdat energiebedrijven geen energiebelasting hoefden af te dragen over de elektriciteit die zij leverden wanneer zij buitenlandse GvO’s inkochten voor een even groot volume. De prijs van buitenlandse GvO’s was beduidend lager dan de af te dragen energiebelasting, dus op iedere ‘groen’ verkochte kilowattuur werd meteen verdiend. Het mes sneed zelfs aan twee kanten, want de energiebedrijven verkochten de ‘groene’ stroom ook nog eens voor een hogere prijs dan de ‘grijze’ stroom.

Na een aantal voor de ‘groene’ energiebedrijven bijzonder lucratieve jaren werd deze belastingmaatregel afgeschaft, stortte de prijs voor GvO’s in elkaar en daalde de import van buitenlandse GvO’s opeens.

De handel in GvO’s heeft er wel toe geleid dat nieuwe energiebedrijven zich konden onderscheiden van de traditionele energiebedrijven. Greenchoice is hier het meest bekende en waarschijnlijk ook meest succesvolle voorbeeld van: zij verkocht al snel meer groene stroom dan er überhaupt in Nederland werd opgewekt. Op dit moment wordt nog steeds meer groene stroom verkocht dan er in Nederland wordt geproduceerd. In 2016 nam 69% van de consumenten groene stroom af, terwijl dat jaar volgens ECN slechts 12,5% van de beschikbare elektriciteit in Nederland werd opgewekt vanuit ‘groene’ energiebronnen.

Productie, import en export
Wanneer we kijken naar de cijfers van CertiQ, dan zien we dat Nederland in 2015 13,1 GWh duurzaam produceerde, in 2016 13,7 GWh en in 2017 15,9 GWh, een stijging van 21%. In dezelfde periode steeg de import van GvO’s van 32,6 GWh in 2015 naar 40 GWh in 2017, een stijging van zelfs 22%.

Het bijzondere is wel dat de export van GvO’s in dezelfde periode met 66% is gestegen, terwijl Nederland fors achterloopt op haar doelstellingen voor duurzame energieproductie.

Wanneer we kijken naar de verschillende technieken, zien we dat 66% van de Nederlandse geregistreerde duurzame productie in 2017 met windenergie wordt gegenereerd en 30% met biomassa. In 2017 werd slechts 3,3% geproduceerd met zonne-energie, terwijl het absolute volume van zonne-energie in 2017 is verviervoudigd ten opzichte van 2015.

De import van GvO’s bestaat voor 46,9% grotendeels uit waterkracht, de meest goedkope vorm van GvO’s, en voor 45,8% uit windenergie. In 2015 was het aandeel waterkracht nog 71,1%, maar dankzij ‘sjoemelstroom’-campagnes van onder meer Wise is dit aandeel dus flink gedaald.
Opvallend is het feit dat de export van GvO’s vooral bestaat uit biomassa (53,3%) en uit wind (45,6%) en dat deze twee technieken al jaren hetzelfde aandeel hebben, ondanks het feit dat de export dus met 66% is toegenomen sinds 2015.

Vraag
De vraag naar groene stroom neemt toe. Niet alleen bij consumenten, maar ook bij bedrijven en gemeenten (de partijen waar het FD aan refereert). De afgelopen jaren zijn verschillende rapporten gepubliceerd waaruit blijkt dat steeds meer Nederlanders duurzame energie willen.

April vorig jaar hield Pricewise een landelijk onderzoek onder ruim duizend respondenten. Hieruit blijkt dat 40% van alle Nederlanders bereid is meer te betalen voor groene stroom. De helft van deze groep is tevens bereid extra geld neer te tellen voor groene stroom die in Nederland is opgewekt, ook wel ‘oranje stroom’ genoemd.

Wanneer wordt gekeken naar de redenen om over te stappen van energieleverancier, zegt 73% dit te doen op basis van prijs en slechts 17% doet dit omdat zij duurzame energie wil afnemen (bron Energiemonitor 2018, ACM, 990 respondenten). De uitkomsten van deze onderzoeken spreken elkaar dus tegen.

Toch zien we dat de vraag toeneemt. Het aandeel duurzame energie dat consumenten afnemen stijgt en steeds meer gemeenten en bedrijven stappen over op duurzame energie of gaan zelf duurzame energie opwekken. Vooral dit laatste is verstandig: waar consumenten en bedrijven bij sommige energieleveranciers nog steeds duurder uit zijn wanneer ze duurzame energie inkopen in plaats van fossiele energie, gaan consumenten en bedrijven die zelf duurzame energie opwekken juist flink verdienen.

Ontwikkelingen
De afgelopen jaren zijn er bij bedrijven en gemeenten goede ontwikkelingen te zien op het gebied van de productie en afname van duurzame energie.

De NS nam enkele jaren geleden al het voortouw. Zij schreef een aanbesteding uit waarin zij aangaf dat haar energie duurzaam moet worden opgewekt uit nieuw te realiseren vermogen in Nederland. Eneco heeft deze aanbesteding destijds gewonnen en levert de NS stroom uit nieuwe windparken.

In maart dit jaar was er een mooi nieuwsbericht over het feit dat AkzoNobel, DSM, Philips en Google hun eerste duurzame elektriciteit geleverd kregen van twee nieuw gerealiseerde windparken in Nederland, te weten Krammer en Bouwdokken. Het bijzondere is dat deze vier industriële grootmachten samenwerken om duurzame elektriciteit af te nemen uit nieuwe windparken door langetermijn-stroomafnamecontracten (zogeheten PPA’s) af te sluiten met de ontwikkelaars van die windparken. De traditionele energiebedrijven hebben hierbij het nakijken, omdat zij in deze samenwerking simpelweg zijn omzeild.

Deze zomer is op het distributiecentrum van PON in Leusden een zonne-energie-installatie opgeleverd van bijna 2,5 MW, waarmee PON meer dan de helft van haar eigen verbruik op die locatie zelf duurzaam opwekt. PON doet zelf de investering en maakt gebruik van de landelijke subsidieregeling SDE+. De energienota van PON valt hierdoor een stuk lager uit en de investering wordt ruimschoots binnen de technische levensduur terugverdiend.

Een ander mooi voorbeeld is het platform ENTRNCE van Energy Exchange Enablers, een 100% dochter van de regionale netbeheerder Alliander. Via het platform van ENTRNCE hebben energieproducenten en/of energieafnemers directe toegang tot de energiemarkten zoals EPEX en ENDEX en kunnen participanten direct willekeurige transacties van EAN naar EAN uitvoeren.

Hierdoor worden bijvoorbeeld lokale energiecoöperaties in staat gesteld de stroom van hun zonneweide rechtstreeks te leveren aan hun eigen laadpalen of aan het gemeentehuis van de gemeente waarin zij zijn gevestigd.

Eerder genoemde ontwikkelingen geven aan dat je tegenwoordig niet alleen maar duurzame energie hoeft af te nemen door GvO’s in te kopen. Sterker nog: liever niet. En al helemaal geen GvO’s van waterkrachtcentrales uit Noorwegen of Frankrijk die al tientallen jaren bestaan en helemaal niets extra’s toevoegen aan de energietransitie. Dit soort certificaten zorgt er alleen maar voor dat de kolencentrales op de Maasvlakte en in Eemshaven zogenaamd groene stroom leveren, terwijl deze feitelijk roetzwart is.

Duurste van Europa?
Maar klopt het nu dat de groene stroom in Nederland het duurst is van Europa? Wel als je kijkt naar de prijs van GvO’s. Op de website van GPX zien we een mooi voorbeeld: voor een GvO Estse wind (dus wind uit Estland) betaal je € 4,95 per GvO inclusief BTW en voor Belgische zon betaal je € 6,95 per GvO inclusief BTW. Ter vergelijking: wind uit Den Helder of zon uit Ridderkerk kost bij GPX € 9,95 per GvO inclusief BTW. Fors duurder dus.

Dat Estse wind de helft kost in vergelijking met Nederlandse wind, is niet zo vreemd: Estland is namelijk één van de elf Europese landen die zijn duurzaamheidsdoelstellingen voor 2020 in 2015 al had behaald. Voor de duidelijkheid: de doelstelling van Estland lag vele malen hoger dan die van Nederland.

Dat Belgische zon ongeveer 30% goedkoper is dan Nederlandse zon is ook niet vreemd. België is dichterbij haar (lagere) doel dan Nederland (maar België bungelt tegelijkertijd maar net boven Nederland onderaan het lijstje).

Het betreft hier overigens wel de ‘consumentenprijs’ voor GvO’s. Wanneer we kijken naar de groothandelsprijs, de prijs waarvoor de energieproducenten de GvO’s verkopen aan de energiebedrijven, dan wordt voor Nederlandse zon, bijvoorbeeld die van ons eigen zonnepark in Laarberg, momenteel verhandeld voor € 6,- per MWh, een prijs die we eind 2016 ook al kregen voor de zonne-energie van onze dakgebonden productie-installatie in Delft.

Vraag en aanbod
Het mag inmiddels wel duidelijk zijn: de prijs van Nederlandse GvO’s wordt bepaald door vraag en aanbod. In Nederland is er veel vraag en weinig aanbod, dus de prijs van Nederlandse GvO’s is hoog. Dit is het simpele gevolg van marktwerking.

Nederlandse gemeenten en bedrijven doen er dan ook veel beter aan om niet simpelweg duurzame energie in te kopen, maar om te onderzoeken of andere mogelijkheden tot lagere energiekosten leiden.

Het beste alternatief is: zelf duurzame energie opwekken. Zodoende wordt nieuwe, lokaal geproduceerde energie gekoppeld aan lokale afname. Bijkomende voordelen hiervan zijn dat bij gelijktijdige productie en afname het elektriciteitsnet wordt ontlast en leidingverliezen worden voorkomen. Door eigen productie, bijvoorbeeld van een zonneweide of een windturbine, via een platform als ENTRNCE te koppelen aan eigen verbruikslocaties, zoals het gemeentehuis of de gemeentewerf, kan een gemeente in haar eigen energiebehoefte voorzien.

Wanneer niet (volledig) in de eigen behoefte kan worden voorzien, is het sluiten van een PPA een goed alternatief. Middels het sluiten van een PPA zorgt de gemeente of het bedrijf ervoor dat een financiële bijdrage wordt geleverd aan nieuwe duurzame energieproductie en men verzekert zich voor vijftien jaar van duurzame energie uit een eigen bron.

Een PPA hoeft niet alleen gesloten te worden met een groot windpark zoals Krammer of Bouwdokken zoals Philips en DSM dit hebben gedaan. Een PPA kan ook worden gesloten met een lokale energiecoöperatie die op het dak van een boer een postcoderoosproject heeft gerealiseerd. Ook hier kan worden gebruik worden gemaakt van een platform als ENTRNCE, maar er zijn ook coöperatieve energieleveranciers zonder winstoogmerk die dit soort projecten faciliteren, zoals Qurrent.

Alleen wanneer geen alternatieven resteren, moet worden gekozen voor de inkoop van Nederlandse GvO’s. Het gebrek hieraan zal de prijs verder opdrijven, maar dit zorgt er wel voor dat er een extra stimulans komt voor marktpartijen om te investeren in nieuwe duurzame energieopwekking, waardoor de duurzaamheidsdoelstellingen weer iets dichterbij komen.

Het inkopen van roetzwarte stroom van de Maasvlakte of uit Eemshaven en dit vergroenen met GvO’s van de oude waterkrachtcentrales in Noorwegen en/of Frankrijk is uiteraard geen alternatief. Dit noemen we niet voor niets sjoemelstroom.

Waar het FD niet over rept, is het feit dat de groothandelsprijs voor elektriciteit het afgelopen jaar is opgelopen van € 33,40 naar € 57,50 euro per MWh; een stijging van ruim € 24,- per MWh. In absolute bedragen per MWh is deze stijging acht keer hoger dan de stijging van de GvO’s en dit is pas echt iets waar energieverbruikers zich zorgen om moeten maken.

Zelf duurzame energie opwekken is voor consumenten, gemeenten én bedrijven het meest lucratief, juist wanneer de prijs voor Nederlandse GvO’s zo hoog is. Als duurzame energieproducent hoef je de GvO’s namelijk niet in te kopen én je draagt zelf actief een steentje bij aan de verduurzaming van Nederland. Daarnaast ga je dankzij de stijging van de ‘kale’ elektriciteitsprijs nog meer besparen op je energienota. Een win-win-win-situatie dus.

Zonneschijn? Roze bril op!

Medio mei zijn de resultaten bekend gemaakt van de SDE+-aanvragen uit de voorjaarsronde van 2018. In tegenstelling tot de eerdere jaren was het budget dit keer niet fors overschreden. Sterker nog: dit keer is ‘slechts’ € 5,3 miljard subsidie aangevraagd, terwijl € 6 miljard budget beschikbaar was.

De oorzaak laat zich raden, maar wat duidelijk is, is dat investeren in duurzame-energie-projecten steeds minder interessant wordt. Dit terwijl Nederland nog steeds ver achterloopt op haar duurzaamheidsdoelstellingen.

Versobering
In de tweede helft van 2017 was al bekend dat de subsidieregeling voor 2018 zou worden versoberd. Mede daarom werd in de najaarsronde een recordbedrag aan subsidie aangevraagd: € 9,9 miljard. Onder druk van een slechtere regeling in 2018 hebben veel partijen subsidie aangevraagd zonder goede onderbouwing of zonder alle bijlagen. RVO heeft hierdoor veel tijd moeten besteden aan het stellen van aanvullende vragen en het (uiteindelijk) afwijzen van veel subsidieaanvragen. Het gevolg hiervan was dat veel beschikkingen pas later werden verstrekt dan normaal. De beschikkingen uit de najaarsronde van 2016 kwamen voor een groot deel al voor kerst 2016 binnen, maar de beschikkingen uit de najaarsronde van 2017 kwamen voor het gros pas in maart en april 2018 binnen, ruim drie tot vier maanden later.

Dat het budget uit de voorjaarsronde 2018 niet overschreden zou worden, heb ik al voorspeld toen de nieuwe subsidieregeling voor zonne-energie bekend werd gemaakt. Sinds 2018 wordt hierin onderscheid gemaakt tussen netlevering en niet-netlevering. In de nieuwe regeling zit een enorme weeffout, waardoor partijen voortaan gestimuleerd worden om de door hen opgewekte zonne-energie zoveel mogelijk ‘aan het net’ te leveren, in plaats van direct zelf te gebruiken. Leveren aan het net levert immers meer subsidie op dan gelijktijdige consumptie. Als gevolg hiervan gaan partijen weer vooral panelen opstellen met een zuidoriëntatie en worden daken en gronden weer helemaal vol geplant, waardoor het elektriciteitsnet onnodig zwaar(der) wordt belast.

Ingrijpen
Toevallig, of niet, maakte Liander in dezelfde week bekend dat zij wordt bedolven onder aanvragen voor aansluitingen voor zonneparken. In Friesland kan Liander op dit moment slechts 10% van de aanvragen honoreren; voor de overige 90% zullen eerst de netten moeten worden verzwaard. Enexis, de andere grote netbeheerder, maakte eerder al bekend capaciteitsproblemen te hebben in Groningen en Drenthe. De aanpassingen aan de SDE-regeling in 2018 zullen deze problemen de komende jaren alleen maar groter maken wanneer Economische Zaken niet ingrijpt.

Ongeveer een week eerder publiceerde het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) haar conceptadvies SDE+ 2019. Dit advies liegt er niet om: de basisbedragen worden in het advies wederom fors verlaagd. Ik heb mij bij het lezen beperkt tot zon-PV en dat advies is goed onderbouwd, alhoewel je je vraagtekens kunt zetten bij enkele aannames met betrekking tot prijzen en hun ontwikkelingen. Het ironische is dat PBL eveneens refereert aan het Pachtprijzenbesluit van Economische Zaken. Ik heb hier al eerder een column over geschreven, want er is nauwelijks een zonnepark te vinden waarbij de pachtprijs daadwerkelijk wordt getoetst én voldoet aan het Pachtprijzenbesluit.
Een aandachtspunt voor het PBL-advies is het feit dat PBL (nog steeds) rekening houdt met stijgende elektriciteitsprijzen en tegelijkertijd met almaar dalende investeringen en kosten. Op deze manier kun je inderdaad een mooi rendement maken, ondanks steeds lager wordende subsidies.

De vraag is echter of de aannames ook waar worden gemaakt. Zo wordt al jarenlang rekening gehouden met stijgende elektriciteitsprijzen, terwijl dit niet gebeurt. Sterker nog, sinds de invoering van de SDE+ zijn de elektriciteitsprijzen alleen maar gedaald.

Tekort
Er wordt ook steeds rekening gehouden met dalende turn-key-prijzen van projecten. In de tweede helft van 2017 liepen de paneelprijzen in Europa echter fors op dankzij het antiduurzaamheidsbeleid van president Trump. Er is al een schreeuwend tekort aan installateurs en dit tekort wordt naar verwachting steeds groter. Arbeid zal de komende jaren daardoor alleen maar duurder worden.

Op het moment van schrijven, zijn in Nederland nauwelijks meer transformatoren te koop. Althans, niet via de reguliere kanalen. Je kunt ze wel kopen, maar dan betaal je de absolute hoofdprijs, omdat je er dan een koopt die eigenlijk voor een ander project was bedoeld.

Het gevolg van het advies zal zijn dat door de aanvragen in de najaarsronde 2018 het subsidiebudget wederom wordt overschreven, omdat het advies voor de voorjaarsronde van 2019 nog minder goeds belooft. In die voorjaarsronde van 2019 zal het budget daarom wederom niet volledig benut worden. Tenzij er een addertje onder het gras vandaan komt en Economische Zaken CCS opeens gaat subsidiëren, want dan staan, net als voor de biomassabijstook, onze fossiele buitenlandse vrienden hun handen weer op te houden, zodat zij hun kolencentrales nóg rendabeler kunnen stoken dankzij alle fiscale voordelen en subsidies.

Nooit gerealiseerd
Het gevolg van het advies zal echter ook zijn dat een aantal projecten dat nu ontwikkeld wordt, nooit gerealiseerd zal worden. Ik zal dit illustreren aan de hand van een voorbeeld van een project waar wij zelf mee bezig zijn c.q. waren.

Een familie biedt ons aan agrarische grond te kopen om hier een zonnepark op te realiseren. De familie heeft al meerdere biedingen, maar vertrouwt ons het meest en hoopt het derhalve aan ons te kunnen verkopen. Het gaat om bijna twaalf hectare en de kabels die de netbeheerder moet trekken, zijn ongeveer anderhalve kilometer lang: een dure aansluiting dus. De familie biedt de grond ook te koop aan op Funda voor € 65.000,- per hectare. Ze willen echter een hogere prijs ‘omdat er nu zon op komt’.
Het project is groter dan 1 MW, dus wij hebben gerekend met een basisbedrag van 10,2 cent per kWh.

Er moet echter nog een vergunning worden aangevraagd en daarna moet er nog SDE+ worden aangevraagd. Met de huidige doorlooptijden lukt dit laatste pas in de voorjaarsronde van 2019. Op basis van een basisbedrag van 10,2 cent per kWh hebben we de familie aangeboden de grond te kopen voor € 70.000,- per hectare, ruim 7,5% boven de vraagprijs. Ze vinden dit echter te weinig ‘omdat de anderen véél meer hebben geboden’. Omdat ze het ons gunnen, is ons gevraagd er toch nog een keer aan te rekenen. Dit hebben we vervolgens gedaan met de nieuwe advies-basisbedragen.

Het advies-basisbedrag zon-PV (categorie groter dan 1 MW) is voor de voorjaarsronde 2019 helaas geen 10,2 cent per kWh. Maar het is ook geen 9,2 cent. Het advies is 7,9 cent, een daling van 2,3 cent per kWh, ofwel 22,5%!

Wij hebben de familie laten weten helaas geen bod uit te brengen op de grond omdat we het project met deze subsidie niet rondgerekend krijgen. De familie zal de grond nu verkopen aan één van de andere aanbieders, maar ik vraag mij af of zij hun bod nog gestand zullen doen nu de adviesbedragen bekend zijn gemaakt.

Bungelen
Het kan natuurlijk zijn dat een partij als Powerfield de grond koopt. NRC heeft afgelopen week zeer uitgebreid verslag gedaan over de handelswijze van dit bedrijf, waarbij het verdienmodel voor Powerfield vooral in de grondtransacties zelf lijkt te zitten, doordat zij de grond aankopen en vervolgens nog dezelfde dag doorverkopen met een dikke winst die door particuliere beleggers moet worden opgehoest.

Wat gaan we doen?

Nederland bungelt op het gebied van duurzame-energie-opwekking nog steeds onderaan in het rijtje van Europese landen. Nog steeds zijn we ver verwijderd van onze eigen klimaatdoelstellingen.

Uiteraard moet worden voorkomen dat excessieve winsten worden behaald dankzij subsidies. Daarom is het ook goed dat de basisbedragen ieder jaar, of zelfs twee keer per jaar worden getoetst aan marktconformiteit. Maar we moeten ons ook niet rijk rekenen. Net als bij wind op zee, waar we denken subsidieloos te kunnen gaan bouwen, moet de zonne-energiemarkt op korte termijn hele grote stappen zetten om de onderliggende aannames voor de advies-basisbedragen waar te maken.

We moeten er ook voor zorgen dat we alle nieuwe duurzame-energie-opwekking kwijt kunnen. Op Ameland kunnen nu al geen nieuwe zonneparken meer worden geplaatst, omdat het Liander-regelstation bij Dokkum vol zit. Waar Kamp korte metten maakte met alle kleine windparkjes op zee en TenneT de landelijke netbeheerder op zee maakte om ervoor te zorgen dat wind op zee écht doorbreekt, doet Wiebes er slim aan iets soortgelijks op te zetten voor zon op land. De regionale netbeheerders hebben onvoldoende geanticipeerd en lijken volledig verrast, dus neem de regie en wijs gebieden aan voor grote zonneparken en zorg voor de aansluitingen.

Inmiddels is ook een klein aantal grote opslagstations gerealiseerd. Deze zijn doorgaans onrendabel en functioneren vooral op de primaire reserve. Om netproblemen te ondervangen, kan grootschalige opslag een (deel van de) oplossing vormen. SDE+ voor opslag is daarom helemaal zo gek nog niet. De prijzen voor batterijen vertonen eenzelfde ontwikkeling als de prijzen voor zonnepanelen, dus het is slechts een kwestie van tijd voordat de subsidie voor opslag flink omlaag kan en de subsidie kan bovendien worden terugverdiend doordat de netbeheerders investeringen in netverzwaring kunnen uitstellen.

Warboel
Nederland heeft op het gebied van duurzame-energie-opwekking nog een lange weg te gaan om haar klimaatdoelstellingen te realiseren. Wanneer we doorgaan zoals nu, gaat ons dit simpelweg niet lukken. Het terugdringen van subsidies, het uitblijven van netverzwaringen en het harmonica-effect van de advies-basisbedragen dragen zeker niet bij aan het realiseren van onze doelstellingen.

Het wordt tijd dat minister Wiebes zijn roze bril afzet en de touwtjes in handen neemt om te voorkomen dat de energietransitie een grote warboel wordt.

Jan Willem Zwang